Je lichaam kan op verschillende manieren energie maken.
Wanneer je rustig beweegt, op babbeltempo, met een gecontroleerde ademhaling, je hartslag is niet uitgesproken verhoogd – de kraan staat amper open en de afvoer is groot genoeg. Het lichaam kan het lactaat opruimen.
Wanneer je intensief beweegt, dan gaat de kraan hard open en loopt de wasbak vol. De aanmaak van lactaat gaat sneller dan het opruimen ervan. Je ademt diep en snel, je benen voelen zwaarder, je hebt minder controle over je tempo.
De punten waarop je lichaam schakelt om sneller en meer energie te leveren, brengen we tijdens de inspanningstest in kaart. Op basis van die schakelpunten bepalen we jouw persoonlijke trainingszones.